Referentie: M643-G
Referentie: M643-G
Referentie: HB-OHB-09014/MGEN250
Referentie: M1477
Merk: Kerbl
Referentie: M297256
Merk: Keron
Referentie: IN-PYR-91081A
Merk: Edialux
Referentie: MLUX126045
Referentie: IN-DEL-90006/KOTH0055
Merk: Bayer Prof
Referentie: VS16W
Merk: Middelwijk Meppel BV
Referentie: Tkk6
Merk: Talen Tools
Referentie: 83414
Merk: Kerbl
Referentie: S030139
Merk: Fendigo
Referentie: WA0323.08
Merk: Waelbers
Referentie: SPOU004
Referentie: IN-PYR-91081
Merk: Edialux
Referentie: PERM55000/IN-PER-99028
Merk: Edialux
Referentie: HB-OHB-09016/LUX136253
Merk: Luxan
Referentie: BI203166/DELT01000
Referentie: MV83B
Merk: Kerbl
Referentie: S011408
Merk: Kerbl
Referentie: MVS16
Merk: Middelwijk Meppel BV
Referentie: M84930
Referentie: IN-DEL-90013/KOTH0059
Merk: Bayer Prof
Referentie: SL347
Merk: Talen Tools
Referentie: BI538060
Merk: Raidex
Referentie: DS001
Merk: EuroTool
Een goed verlopende lammerperiode begint met een juiste voorbereiding ruim van te voren, te beginnen bij de ooien voor de dekperiode. Minstens 6 tot 8 weken voordat de ram bij de ooien komt moeten de ooien gecontroleerd worden op de conditie van het uier, de aan- of afwezigheid van voortanden en de algehele conditie. Zo kunnen ooien waarbij problemen verwacht kunnen worden uit de groep gehaald worden voordat ze eventueel al drachtig zouden kunnen zijn.
Ook de rammen moeten in de juiste optimleconditie zijn voordat ze aan de dekperiode gaan beginnen. Het is qua diergezondheid altijd verstandig om de rammen minstens 6 tot 8 weken van te voren op het bedrijf aanwezig te hebben. Op deze manier kunnen ze eerst een tijd in quarantaine gezet worden voordat ze tussen de eigen ooien komen te lopen en eventuele ziektes kunnen verspreiden zoals rotkreupel of schurft. Als je ze op tijd in huis hebt kunnen ook deze dieren gecontroleerd worden en eventueel bijgevoerd voor een optimaal resultaat.
Nederlandse schapen zijn in de regel ‘seizoensgebonden’ en komen in bronst (oestrus) in een periode van afnemende daglichtlengte. Voor de meeste rassen in Nederland is dat vanaf half augustus/begin september. Er wordt echter steeds vaker gefokt dan wel gekruist met ‘seizoensongebonden’ rassen waardoor er ook buiten de normale periode zonder hormoongebruik lammeren kunnen komen. De bekendste rassen in Nederland met deze eigenschappen zijn het Rijnlam, de Flevolander, de Polled Dorset en het Easycare Schaap. De rammen van de Suffolk en Charollais zijn ook minder lichtgevoelig dus kunnen goede keuzes zijn voor het vroeg dekken van bijvoorbeeld Texelaars. Voor alle rassen blijft gelden dat een dekking midden herfst de beste bevruchtingen en in het voorjaar de meeste lammeren geeft.
De planning van je dekseizoen is dus afhankelijk van het ras dat je hebt, of je wel of geen hormonen wilt gebruiken en wanneer je het aflammerseizoen wilt laten plaatsvinden. Indien je een seizoensgebonden ras hebt en toch vroege lammeren dan zijn er een aantal dingen die je kan doen om de dieren eerder in cyclus te laten komen.
Het bronstgedrag van de ooi is vooral te zien als er een ram bij loopt. De ooi zoekt de ram op, schudt met de staart, ruikt aan het scrotum van de ram en blijft staan tijdens de dekking. Een actieve ram steekt zijn neus graag in de urine van een ooi en trekt regelmatig zijn bovenlip (het zogeheten flehmen) op om bronstige ooien te detecteren.
De lengte van de bronstcyclus is 16-17 dagen, met een variatie van 14-19 dagen. Korte cycli van 12 dagen komen in het begin van het seizoen voor. Hierbij vind geen uiterlijk vertoon van bronst plaats, de zogenaamde stille bronst (metoestrus). Wanneer ooien onregelmatig terugkomen (met een duur van >19 dagen na de vorige dekking) dan is er vaak sprake geweest van opbreken van de dracht of aborteren.
Het gebruik van een gesteriliseerde ram (zoekram) is met name bedoeld om een groep schapen in een korte periode te laten aflammeren. Als je de zoekram helemaal aan het begin van het seizoen tussen de koppel brengt ontstaat twee à drie dagen later bij de ooien een stille bronst. Omdat de ram niet vruchtbaar is maar wel hormonen produceert (hij heeft zijn testikels behouden) zorgt dit voor een ‘natuurlijk synchronisatie’ proces bij de ooien. De zoekram blijft 10 dagen bij de koppel lopen.
Na die tijd worde de zoekram ingeruild worden door de dekram. De meeste ooien zullen dan dus 7-10 dagen later de eerste echte bronst vertonen waarbij ze door de dekram gedekt worden. Eén zoekram per 40-50 ooien is voldoende. Omdat de ooien dan wel in een korte periode bronstig worden zijn er meer rammen nodig dan normaal!
Met deze methode kan je het lammerseizoen dus ten eerste zeer kort houden en ten tweede kan je direct optimaal gebruik maken van de eerste bronst van het seizoen. Deze methode werkt niet buiten het natuurlijke dekseizoen van het schaap.
Een zoekram wordt gemaakt door een operatie waarbij een deel van de zaadstrengen worden weggehaald. Dit kan gedaan worden door de dierenartsen van Schapendokter.nl. Houd er wel rekening mee dat de zoekram zelf ook al in de pubertijd moet zitten als hij ingezet moet worden dus hij mag niet te jong zijn.
Als je het lammerseizoen nog verder naar voren wil halen of je wilt de dieren in zeer korte periode laten aflammeren kan sponzen een oplossing zijn. Bij sponzen wordt er een kleine spons in de schede gebracht dit gedurende de ongeveer 10 dagen het zwangerschapshormoon progesteron afgeeft. Juist het plotseling verwijderen van deze spons geeft aan het lichaam het signaal dat ze weer cyclisch kan worden. Indien er buiten het normale dekseizoen gesponsd wordt is het noodzakelijk om een injectie met een tweede hormoon toe te dienen om er zeker van te zijn dat er ook een ovulatie plaatsvindt. Tijdens het dekseizoen kan volstaan worden met een lagere dosering of kan ervoor gekozen worden om de injectie achterwege te laten. Als er tijdens het natuurlijke seizoen te hoge doseringen gegeven worden kan dit resulteren in te veel meerling drachten. Omdat alle dieren tegelijk bronstig worden is een verhouding van 1 ram op 10 ooien noodzakelijk. Het beste resultaat krijgt men als men de ooien één voor één aan de ram aanbiedt. Tussen de dekkingen kan men de ram het beste 10 minuten rust geven. De spreiding in het aflammeren is 8 dagen.
Het is voor alle manieren van synchronisatie het beste om de rammen een ruime tijd van te voren (minstens 2 weken) ver uit de buurt van de ooien te houden. Dus zowel uit het zicht, uit het gehoor en niet binnen reukafstand. Deze afwezigheid van de andere sexe zorgt er bij beide voor dat er heftiger gereageerd wordt als ze wel weer bij elkaar in de buurt komen.
Wat is het behandelings schema voor sponzen?
|
Dag 1 |
Sponsje inbrengen |
|
Dag 12,13 of 14 's ochtends |
Sponsje verwijderen en hormooninjectie geven |
|
48 uur later |
Eerste dekking ('s ochtends) |
|
60 uur na verwijderen spons |
Tweede dekking ('s avonds) |
Sponzen heeft alleen zin bij gespeende ooien omdat de zogende lammeren een remmende invloed hebben op de eisprong.
Flushing betekent dat men de schapen op schrale weides laat lopen tot ongeveer 2 à 3 weken voor het dekseizoen. Als ze vlak voor het dekseizoen weer in conditie toenemen dan heeft dit een positief effect op de eisprong en dus het aantal lammeren. Een conditiescore van 3,5 geeft de meeste lammeren. Goed flushen kan een verschil maken van 0,5 lam per worp.
Naast een groeiende conditie is rust in de koppel van groot belang in de dekperiode. Zorg ervoor dat alle behandelingen zoals ontwormen, scheren en klauwverzorgen al gedaan zijn voor deze periode.
Stress moet in de dekperiode voorkomen worden maar ook in de eerste maand van de dracht zodat de embryo's de kans krijgen zich goed aan de baarmoederwand te hechten.Een goede voeding in het eerste derde deel van de dracht bepaalt het uiteindelijke geboortegewicht van het lam en daarmee zijn overlevingskansen. Bij een goede voeding hoort een ook goed aanbod van mineralen en vitaminen. Een goede mineralenvoorziening, bijvoorbeeld via bolussen, heeft een positief effect op de vruchtbaarheid.
Er kunnen verschillende redenen zijn om een koppel ooien te scannen. Je kan door te scannen eerder guste ooien opruimen cq slachten/verkopen, tellen hoeveel lammeren er zijn om je voeding op aan te passen/inkopen of de drachtlengte te schatten om zo beter te kunnen plannen waar en anner de lammeren verwacht worden.
Drachtigheid is met behulp van echografie het meest nauwkeurig te onderzoeken net als bij paarden en koeien. Bij schapen scan je op een drachtlengte van 40 tot 70 dagen. Jongere drachten zijn vanaf 35 dagen te herkennen maar zo klein dat de individuele vruchtjes moeilijk te tellen zijn. Drachten langer dan 70 dagen kunnen zeker geconstateerd worden maar zijn moeilijk te tellen omdat de lammeren zo groot worden dat ze niet meer compleet op het scanbeeld passen. Het scannen/echografie vindt plaats bij het staande schaap. Het is een uitwendig onderzoek waarbij de scanner voor het uier op de buikwand gezet wordt. Deze plek is over het algemeen vrij van wol en het schaap hoeft daarom niet voor het scannen geschoren te worden.
Ter voorbereiding van het scannen heeft het de voorkeur de schapen op te stallen en 12 uur te laten vasten of zeer matig te voeren. De pens drukt daardoor minder op de buikwand waardoor de scankop makkelijker bij de vruchtjes kan komen. Een andere optie is 's ochtends vroeg te beginnen, omdat schapen in de tweede helft van de nacht weinig voer opnemen. Sterke rantsoenswisseling voor het scannen moet vermeden worden omdat dit gasontwikkeling in de pens bevordert. Gas kan het echobeeld vertroebelen. Voor grotere koppels wordt er gebruik gemaakt van een doorloopscanbox waarin de dieren voor het scannen vastgezet worden.
Deel deze inhoud
Add a comment
check_circle
check_circle